Mensen in een psychische crisis weten niet waar ze hulp moeten zoeken en wie verantwoordelijk is. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Crisiszorg en herstel’ van MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid, waaraan 762 mensen in het najaar van 2017 meededen.

Dit probleem speelt vooral buiten kantooruren. Als er wel goed wordt doorverwezen, dan krijgt ruim een vierde van de mensen geen zorg, terwijl ze dit wel nodig vonden. Daarnaast is het aantal gedwongen opnames met 22 procent toegenomen. Cliënten geven aan dat eerder niet naar hen is geluisterd, waardoor dwang voorkomen had kunnen worden.

 

Crisis: lang wachten

Mensen die in een crisis raken, weten niet goed waar ze hulp kunnen krijgen. Vergeleken met onderzoek in 2016 kloppen ze nu vaker aan bij hun eigen begeleider. Maar ook vaker bij twee of meer instanties (bijvoorbeeld bij hun behandelaar, hun begeleider én bij hun huisarts en de GGD). Voor cliënten en naasten is het onduidelijk hoe professionals de ernst van de crisis beoordelen en welke zorg zij nodig vinden. Een cliënt zegt: “ik had genoeg pillen opgespaard om er een einde aan te maken”. Bijna een derde van de mensen die in crisis zijn, wacht langer dan 2 weken op zorg aan huis. En bijna een vijfde wacht langer dan 2 weken op een crisisopname. Als mensen in een crisis verkeren is het essentieel dat er direct intensieve zorg aan huis wordt geboden, of dat een tijdelijke crisisopname mogelijk is.

 

Toename dwang

Er waren veel meer gedwongen opnames dan in 2016. Mensen die met dwangopname te maken kregen en hun familie hadden vaak al eerder tevergeefs gevraagd om vrijwillige behandeling en opname. Zij geven aan dat er te weinig voorzieningen beschikbaar zijn om te voorkomen dat ze opnieuw in een crisis raken. Van alle opnames gaat het in 27 procent van de gevallen om gedwongen opnames. Dat is veel hoger dan in 2016; toen was het 5 procent. De helft van de deelnemers aan het onderzoek in 2017 meent dat gedwongen opname voorkomen had kunnen worden, als er in een eerder stadium was ingegrepen. Zij drongen herhaaldelijk aan op zorg, maar er werd te lang gewacht, waardoor uiteindelijk de problemen escaleerden. Bemoeizorg of vrijwillige zorg in een vroeger stadium had volgens hen de gedwongen opname kunnen voorkomen.

 

Groot belang preventie en herstelgericht werken

Als mensen na behandeling begeleid worden bij hun herstel, of als mensen weten wat ze er zelf kunnen doen om een crisis te voorkomen, dan leidt dat tot minder crises. Uit het onderzoek blijkt dat 60 procent van de deelnemers die een empowerment- of herstelcursus volgde, vindt dat dit veel bijdraagt aan het voorkomen van een nieuwe crisis. Van de mensen die een time out voorziening gebruikten, vindt 31 procent dat een nieuwe crisis hiermee is voorkomen.

De activiteiten in een zelfregiecentrum (of herstelacademie) worden hoog gewaardeerd: 57 procent vindt dat dit veel bijdraagt aan herstel. De ondervraagden vinden bovendien dat de contacten met ervaringsdeskundigen en familie-ervaringsdeskundigen daaraan bijdragen.

De inzet van ervaringsdeskundigheid is in 2017 fors toegenomen in vergelijking met een jaar geleden. Daarnaast wordt de inzet van ervaringsdeskundigen hoog gewaardeerd: ruim driekwart is hierover positief. Een veelgehoorde reactie was: “Hij steunde mij, begreep me en liet me merken dat ik er niet alleen voor sta”.

Uit dit onderzoek blijkt tevens dat mensen baat hebben bij time out voorzieningen om een crisis te voorkomen, en baat hebben wij een integraal en flexibel aanbod, ook voor langere tijd. Dat is lang niet overal beschikbaar. Samenwerking tussen zorgaanbieders en gemeenten is hier het sleutelwoord.

Download hier het rapport ‘Monitor crisiszorg en herstel in de ggz’

 

Meer informatie

Mirjam Drost, persvoorlichter MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid
tel 033 – 303 2400 of 06 – 19 97 30 92.

 

Bron: MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid